Algemene informatie
Montyn, Dirk Ayelt Kooiman
Amsterdam De Harmonie, 12e druk 2013
1e druk 1982
340 pagina's
Genre: oorlogsroman
Samenvatting
In dit boek beschrijft Kooiman de levensgeschiedenis van de beeldend kunstenaar Jan Montyn in zes delen, met in totaal 24 van een titel voorziene hoofdstukken. Hier volgt een samenvatting van de belangrijkste gebeurtenissen.
DEEL I - In Vientiane (Laos) ontmoet de ik-figuur, Jan Montyn, een gedeserteerde Amerikaanse kolonel, Ted, die in een plaatselijk eethuisje werkt. Montyn ziet in de blik van de Amerikaan dat deze een lotgenoot is: iemand die de verschrikkingen van het front heeft meegemaakt en daarom gedoemd is om rusteloos naar spanning te zoeken. Tijdens Teds relaas over zijn oorlogservaringen en zijn woorden 'Maar dat is nog niet alles' moet Montyn denken aan een van zijn meest traumatische herinneringen: tijdens een bombardement in Vietnam lag hij in een tunnel, verkeerde in doodsangst en moest terugdenken aan zijn jeugd in Oudewater. In een soort trance vertelt Montyn zijn levensloop.
DEEL II - Jan Montyn groeit op in Oudewater, 'waar de tijd had stilgestaan'. Zijn vader heeft een schildersbedrijf en is strengcalvinistisch. De sombere sfeer van het geloof met zijn nadruk op hel en verdoemenis maakt de jongen angstig. Al gauw onttrekt hij zich aan de kerkgang ('s zondags wel twee à drie keer) door te fietsen of te zeilen. Hij heeft last van tuberculose en moet geregeld kuren. Hij tekent veel, een kunstkenner zegt dat hij talent heeft en veel moet oefenen.Als hij vijftien is, breekt de Tweede Wereldoorlog uit. Hij doet saai werk in de zaak van zijn vader en kan steeds minder de neiging onderdrukken om eropuit te trekken. Hij en zijn vader worden uitgescholden voor 'Moffenvrienden', omdat zijn vader als ouderling in een preek heeft gezegd dat elk door God gegeven gezag, dus ook de Duitse overheid, gehoorzaamd moet worden. Omdat Jan in het kader van de Arbeidsdienst niet in een fabriek wil werken, meldt hij zich in 1943 als lid van de Jeugdstorm, de jeugdorganisatie van de NSB, ondanks de protesten van zijn ouders. Met zijn vriend Hein gaat hij voor drie maanden naar een weersportkamp in Oostenrijk. De harde training door invalide frontsoldaten bevalt hem zo goed dat hij meteen tekent voor een nog zwaarder vervolgkamp van twee maanden. Bij de plaatselijke vrouwen zijn de jongens erg in trek (er is een groot mannentekort vanwege de oorlog). Jan doet zijn eerste seksuele ervaringen op; hij wordt zelfs door drie vrouwen verkracht.
DEEL III - Jan moet werken in een fabriek in Hannover, wat hem totaal niet zint. Om zich daaraan te onttrekken, tekent hij met Hein voor de Duitse marine. Ze krijgen een opleiding in Mannheim en hebben veel te lijden van de Engelse bombardementen. Er volgt een nog zwaardere opleiding in Pommeren, waar ze te maken krijgen met de Duitse kadaverdiscipline; ze moeten vooral mijnen demonteren. Ze maken plannen om er tussenuit te knijpen. Plotseling horen ze dat ze geplaatst worden op een mijnenveger in de Oostzee. Bij een van de tochten wordt het schip getorpedeerd. Met een klein groepje overlevenden worden Jan en Hein door een mijnenveger opgepikt en naar Letland gebracht. Als pantsergrenadiers moeten zij aan het front in loopgraven tegen de Russen vechten. Er volgen negen verschrikkelijke weken, waarin ze denken aan overlopen en psychisch vrijwel kapot zitten. Hein raakt zwaar gewond en overlijdt; kort daarop wordt Jan geraakt aan zijn hoofd en naar een hospitaal gebracht. Hij denkt dat hij snel zal sterven, wat hem eigenlijk niet meer kan schelen.
DEEL IV - Jan wordt als gewonde getransporteerd naar Flensburg in Noord-Duitsland. Zijn schip wordt getorpedeerd, ternauwernood wordt hij gered. In Flensburg revalideert hij snel. Hij mag twee weken op verlof en besluit naar Oudewater te gaan. Daar voelt hij zich niet meer thuis, al gauw wordt hij weer onrustig en keert hij terug naar Duitsland. Nabij Dresden maakt hij een verschrikkelijk bombardement mee en wordt hij ingezet bij de hulptroepen. Het einde van de oorlog beleeft Jan aan de Oder, waar hij aan het front vecht tegen de Russen.Ook de Amerikanen naderen snel. Met slechts vier overlevenden van de tweehonderd kameraden geeft hij zich aan de Amerikanen over. Als krijgsgevangene hoort hij voor het eerst over het bestaan van concentratiekampen en massale jodenvervolgingen. Hij is diep onder de indruk.
DEEL V - Met Luc, een Belgische fascist, ontsnapt Jan uit het gevangenenkamp. In Straatsburg melden ze zich bij een bureau van het Vreemdelingenlegioen. Ze tekenen voor vijf jaar en krijgen een zware opleiding in Algerije. Het bevalt Jan slecht en als hij, klaar voor vertrek naar Indo-China om tegen de Japanners te vechten, kennis maakt met een barmeisje, besluit hij bij haar te blijven en te deserteren. Na drie weken slaat de onrust weer toe: hij vertrekt naar Straatsburg, meldt zich bij een militaire post en vertelt dat hij ontsnapt is uit een krijgsgevangenenkamp. Hij wordt opgesloten in Vught, waar hij door de bewakers van de Binnenlandse Strijdkrachten slecht wordt behandeld. Hij wordt berecht en krijgt een lichte straf: drie jaar met aftrek van voorarrest. Op 5 mei 1948 komt hij vrij en gaat werken in de zaak van zijn vader. Na twee onrustige jaren besluit hij zich te melden als UNO-soldaat om in Korea te vechten tegen de communisten. Hij raakt vrij snel gewond, knapt weer op, gaat terug naar het front en raakt dan zwaargewond: hij valt in een ravijn en kan zich niet meer bewegen. Lange tijd moet hij in Tokyo revalideren. Hij krijgt daarbij steun van de jonge Japanse Yoshika. Wanneer ze zwanger wordt, trouwen ze. Het huwelijk houdt echter niet lang stand. Na zijn terugkeer in Nederland wordt Jan tot zijn verrassing in Oudewater gehuldigd als een held. Hij blijft beroepsmilitair en wordt ingeschakeld bij de hulptroepen tijdens de watersnoodramp in 1953. Hij klimt op tot sergeant, maar het geregelde leven in de kazerne bevalt hem totaal niet. Hij heeft last van angstdromen en aanvallen van razernij en heeft voortdurend hoofdpijn. Hij gaat zich te buiten aan drankgebruik en destructief gedrag. Hij organiseert orgieën voor notabelen, dwingt militairen seksueel verkeer met hem te hebben en glijdt steeds verder af. Als een militair een klacht indient, wordt Montyn gearresteerd. Na een mislukte zelfmoordpoging belandt hij in een psychiatrische inrichting, waar een arts hem aanraadt zijn levensverhaal op schrift te stellen. Een jaar lang schrijft hij alles van zich af en worden zijn angstdromen en aanvallen minder. Montyn is dan 32 jaar.
DEEL VI - Het is april 1975 en Jan Montyn is per vliegtuig vanuit Bangkok onderweg naar Amsterdam. Ondertussen denkt hij terug aan de jaren na zijn verblijf in de psychiatrische inrichting. Tot zijn verbazing had hij maar een zeer lage straf gekregen: drie weken gevangenisstraf en ontslag uit militaire dienst. Hij had zich gevestigd in de Amsterdamse hoerenbuurt en was gaan schilderen. Hij was er een relatie begonnen met de joodse wees Thom, die over een bijzonder ets talent bleek te beschikken. Ze hadden een jaar in Marokko gewoond. Na drie jaar was de jongen vertrokken en had zelfmoord gepleegd. Jan was verliefd geworden op de twintigjarige Sonja, was met haar naar de Provence getrokken, waar hij vier jaar met haar had gewoond. Daarna was hij begonnen met het begeleiden van transporten met adoptiekinderen uit Zuid-Oost-Azië. Als toeschouwer maakte hij de oorlog in Vietnam mee. Montyn hervat zijn levensverhaal tegenover de Amerikaan Ted in Vientiane. Ze vertellen elkaar wat ze de laatste jaren hebben meegemaakt. Montyn had gewonden in Vietnam geholpen, was eenzaam in een oerwoud verdwaald en gevangengenomen door de Zuid-Vietnamese MP, die in hem een spion zag. Ternauwernood wist hij aan executie te ontsnappen. Toen hij enkele weken later op reis was met een groep zwaargewonde kinderen, van wie er tien tijdens de vlucht stierven, had hij besloten voorgoed met de kindertransporten en met schilderen te stoppen, zijn bezittingen te verkopen en zich in een klooster terug te trekken. Het was anders gelopen. In Amsterdam had hij de 27-jarige Indonesische Hi-en ontmoet. Ze waren verliefd geworden, getrouwd en hadden zich in Frankrijk gevestigd. Na enige tijd was een dochter geboren, Carolynne.
Bron: http://www.knipselkranten.nl/uittreksels/
Recensie
De auteur:
Dirk Ayelt Kooiman (1946) studeerde geschiedenis en filosofie in Amsterdam. In zijn boeken staan kunst en geschiedenis vaak centraal, thema's die je ook in Montyn terugvindt.
In 1971 schreef hij zijn eerste boek (Manipulaties) en in 1975 won hij zijn eerste prijs, voor De grote stilte. Zijn grote doorbraak kwam in 1982 met de roman Montyn. Het boek is het levensverhaal van de schilder Jan Montyn die in de oorlog samenwerkte met de vijand. Kooiman maakte opnamen van gesprekken met Jan Montyn en reconstrueerde zo zijn leven.
Bron: www.deharmonie.nl
Ik vond dit een heel speciaal boek, het is anders dan alle boeken die ik al gelezen heb. Ik vond de gebeurtenissen die in het boek bijna perfect beschreven zijn erg intrigerend. Het voelde alsof ik in het verhaal gezogen werd, dat heb ik nog niet eerder bij Nederlandse boeken of vertalingen gehad. Ik vond vooral de manier waarop het boek geschreven was makkelijk om te lezen en te volgen tot het einde. Ik werd meegesleurd van oorlog naar oorlog, van plek naar plek en van climax naar climax. De hoofdpersoon was erg geloofwaardig omdat het verhaal gebaseerd is op een echt verhaal. Het boek zorgde ervoor dat ik ging twijfelen over wat goed en slecht was. Bestaat goed en slecht wel echt? Zo ja, hoe kunnen we het herkennen en het slechte stoppen? Het boek heeft mijn verwachtingen overtroffen. Het enige wat ik erop heb aan te merken is dat Jan Montyn en Hein gay waren is wat cliché, maar zijn alle oorlogsverhalen dat niet?
Ik raad dit boek aan aan iedereen die van oorlogsboeken houd en geïnteresseerd is in hoe mensen in tijden van oorlogen leven en de beslissingen die ze moeten maken. Ik beloof dat je niet teleurgesteld word. Veel plezier met lezen!
Recensent: Jasmijn Mutsaers
