Liefste dagboek, je raad nooit wat ik vandaag heb meegemaakt. Vandaag was het weer eens vrijdag en dan ga ik altijd naar opa en oma, zoals altijd. Maar deze keer was anders dan anders. Natuurlijk heb ik ook wel door dat opa een beetje dement aan het worden is, maar ik geloof nooit dat hij zomaar een verhaal als dit zou vertellen en zeker niet aan mij. Ik zal precies beschrijven hoe het ging. Oma was net naar de winkel gegaan en opa zat in zijn stoel. Ik zat naast hem. Ik vroeg hem of hij een verhaal wilde vertellen. Toen begon opa ineens over die bankschroef uit de oorlog, waar hij normaal gesproken nooit iets over had verteld. Hij vertelde dat hij hem had meegenomen alsof het een oorlogsbuit was. Ik voelde dat hij me dit eigenlijk niet wilde vertellen. Dit was zijn geheim. Toen veranderde zijn stem. Hij klonk nu heel bedroeft. Hij kon de woorden eigenlijk niet uit zijn keel krijgen. Hij stammelde een paar woorden. De oorlog we deden een moord voor wat eten.... Ik zat in een kamp... Een strafka..mp .... Een con concentratie..... Ik vulde hem aan. Concentratie kamp. Het leek net alsof ik er niet was en opa weer jong was en er weer een oorlog aan de gang was. Toen hij weer naar mij keek, waren zijn ogen wazig en vol pijn en verdriet. Ze leken wel te branden. Toen vroeg hij aan mij: vind je het vervelend als ik het over de oorlog praat? Zijn stem was zacht, fluisterend bijna. Een traan rolde over zijn wang. Ik antwoordde, nu ook fluisterend, nee, opa ik vind het helemaal niet erg als je over de oorlog verteld. Ga alstublieft verder. En dat deed hij: ik heb het nooit kunnen vergeten, nooit, ik heb het niemand verteld, niemand. Zijn mond en lippen begonnen te trillen en er gleed nog een traan over zijn wang, maar hij leek er geen erg in te hebben. Hij vertelde verder, het was een warme dag net als nu. Het was zo erg. Toen stopte hij met vertellen en de tranen rolden nu over zijn wangen. Hij staarde naar de muur. Alsof hij nog steeds in die oorlog zat en het allemaal voor zijn neus voorbij kwam. Toen ben ik stilletjes weg gelopen.
Die zelfde dag een paar uur later...
Ik besloot het tegen mama te vertellen, wat misschien niet de beste keuze was geweest, maar misschien ook wel. Ik vertelde haar over dat opa in een concentratie kamp had gezeten. Eerst was ik blij dat ik het haar kon vertellen, totdat... Totdat ik haar gezicht zag, haar ogen stonden wijd open en ze trok wit weg. Ze kwam naar me toe en ze keek me recht in de ogen. Wie heeft je dat gezegd? Vroeg ze aan mij. Maar ik zag al aan haar dat ze het niet wilde of eigelijk niet kon geloven. Ze staarde me vol ongeloof aan toen ik zei dat opa het me verteld had. Nu verklaarde ze wat ik al van haar gezicht had afgelezen, ik kan het niet geloven zei ze hardop, meer tegen zichzelf dan tegen mij. Ze trilde, toen besloot ze dat opa dement aan het worden was. En zei tegen mij dat ik beter niet teveel moest gaan geloven van wat opa had gezegd en dat opa dement aan het worden was en daardoor waarschijnlijk in de war was. Daarmee was dit gesprek gesloten en mama liep weer terug naar de keuken om te doen waar ze mee bezig was, ik keek haar na. In the war fluisterde ik zachtjes, zodat mama het niet zou horen.
Een paar dagen later....
Vandaag heb ik gezien hoe opa een kistje pakte. Oma was boodschappen aan het doen en ik was met een vriendje aan het spelen in de achter tuin. Ik verstopte me op een plek waar niemand me ooit nog kon zien. Vanaf deze plek had ik niet alleen een mooi uitzicht naar de achter tuin maar ook in het schuurtje, dat naast het huis van opa en oma stond. Eigenlijk hadden ze afgesproken daar niet te verstoppen maar ik deed het toch. Toen ik in het schuurtje keek, zag ik opa daar zitten. Hij hield een kistje in zijn hand en haalde er met een beverige hand een boekje uit. Hij begon in het boekje te lezen. Terwijl hij las gleed het kistje op de grond. Ik hoorde het tegen de grond slaan. Maar opa had het blijkbaar niet gehoord of gezien. Toen ik weer opkeek van het kistje naar opa zag ik dat hij huilde, dikke tranen gleden over zijn wit weggetrokken gezicht en vielen vervolgens op de grond waar ze uit elkaar spatten, net als de bommen in de oorlog. Net toen ik weg wilde gaan stopte opa het boekje weer in het kistje en bukte zich en verborg het onder de bankschroef. Ik ging terug naar mijn vriend en vertelde hem dat hij beter naar huis kon gaan. Hij vroeg mij waarom, maar ik zei niets. Wanneer ik hem weg zag fietsen en er zeker van was dat er niemand naar me keek, liep ik, nee rende ik naar het schuurtje. Ik liep naar de bankschroef, die helemaal achter in het schuurtje stond. Onder de bankschroef en wat grond vond ik uiteindelijk het kistje. Het was het mooiste kistje wat ik ooit gezien had. Het was een bruin gelakt kistje met een goeden slotje erop. Ik keek naar het slotje maar hij zat niet op slot. Ik opende het kistje er zat een rood fluwelen vacht aan de binnenkant. Ik dacht bij me zelf, dit moet wel heel speciaal zijn voor opa. Ook het boek lag in het kistje. Ik pakte het boekje voorzichtig uit het doosje, uit angst dat het kapot zou gaan, of dat er los papier werk uit kwam. Maar dat was niet zo. Ik opende het boek in het midden en zag dat dit een dagboek was met keurig en net handschrift geschreven. Ik las een stukje.... Het was vreselijk, ik had honger. Maar ik zat in een strafkamp. Ik duwde de kruiwagen voor me uit. Achter me liepen twee Duitse soldaten. Nergens was ook maar iets groens te zien. Alle omheiningen waren van hoog prikkeldraad en overal stonden bewakers. In mijn kruiwagen lag iets, iets waar ik liever niet naar keek. Het was een dode jongen, ze hadden hem dood geschoten. Zijn hoofd en zijn ledematen hingen over de rand van de kruiwagen. Zijn hoofd, ik wilde er niet naar kijken maar ik moest het toch doen. Vreselijk! In zijn hoofd zat een gat, dat waarschijnlijk door een kogel kwam. Ook zat overal bloed. De kruiwagen zat ook onder het bloed. De jongen was knap geweest en jong ook was hij een goede vriend geweest. Ja, was, was. Ze hadden hem vermoord de Duitsers. Maar op een dag zouden de Nederlanders weer vrij zijn, blij zijn, omdat de oorlog dan voorbij zou zijn. Ik sloeg het boek voorzichtig weer dicht en stopte het stiekem in mijn tas om aan mama te laten zien, want ik, ik kon niet meer verder lezen. Dit was te erg.